Parallelinstallatie
(I) Parallelinstallatie
- Voer achtereenvolgens de installatie van elk afzonderlijk apparaat uit (zie voor de installatie van een enkel apparaat hoofdstuk vier: Wi-Fi-configuratie en inbedrijfstelling).
- Selecteer bij de sneltoegangstools Parallelsysteem en maak volgens de aanwijzingen onderscheid tussen de SN en check code van de master en de slave.
- Verzend de parallelgegevens; nadat het systeem de software-update heeft voltooid, is de parallelinstallatie afgerond.





(II) Beheer van het parallelsysteem
- Selecteer bij de sneltoegangstools op de startpagina Parallelsysteem.
- Bekijk de parallellijst en selecteer de gewenste parallellocatie om deze te openen.
- Bekijk de algemene bedrijfsgegevens van de parallellocatie; bovenaan kunt u tevens overschakelen naar de weergave van een afzonderlijk apparaat.



(III) Parallelkoppeling verwijderen
- Selecteer in de lijst met parallelsystemen de locatie die u wilt verwijderen en veeg naar links om te bewerken.
- Tik in de bewerkingsdetails op Verwijderen om de parallellocatie te verwijderen.
- Parallelkoppeling verwijderen ≠ apparaat uit de locatie verwijderen: nadat de parallelkoppeling is opgeheven, blijft het apparaat in de oorspronkelijke locatie aanwezig.
- Het apparaat uit de locatie verwijderen is een afzonderlijke tweede stap die u apart moet uitvoeren.

